| Filippijnse Verkiezingen 2007 |
|
|
|
| Wednesday 16 May 2007 | |
De Verkiezingen van Mei 2007: Een Historische Confrontatie in de Filippijnse Politiek
door E. San Juan Jr. De verkiezingen van 14 mei 2007 kunnen een historisch keerpunt blijken in de degeneratie van de Filippijnse politiek sedert de ‘People power’ in februari 1986 de door de VS gesteunde dictatuur van Marcos omver wierp. De vooruitzichten zijn grimmig. Of het land zinkt weg in ongehoorde barbarij — tot op heden hebben internationale waarnemers (Amnesty International, de Wereldraad van Kerken en onderzoekers van de VN) duizenden gevallen gedocumenteerd van extrajudiciële excecuties, verdwijningen, marteling en massamoorden, welke in aantal die van Marcos overstijgen — of Gloria Macapagal Arroyo wordt door een meerderheid van de nieuw gekozen volksvertegenwoordigers afgezet wegens verraad, schending van de grondwet, corruptie, etc. Dat zou de met de staat gelieerde misdadigers een halt kunnen toeroepen. Deze legale weg tot genoegdoening van grieven is zeker geen revolutie, het is meer het opruimen van verval en verrotting. Hoe het ook zij, deze rituele verkiezing van lokale functionarissen en Congresleden zal een betrouwbare lakmoesproef blijken voor de neokoloniale oligarchische instellingen van het land en voor de status-quo van de klassenongelijkheid, die al langer dan een eeuw op de een of andere manier zijn opgekweekt door de VS, de voormalige kolonisator. Verkiezingen in de Filippijnen werden door de koloniale overheid van de VS ontworpen als alternatief voor het gewapend verzet van de Filippino’s en als een manier om de macht van de rijke bevoorrechte elite binnen een gemonopoliseerd partijsysteem te beschermen. Vanaf de formele onafhankelijkheid in 1946 heeft het elitaire blok van grootgrondbezitters, grote zakenlui en bureaucratische kapitalisten de macht onder elkaar verdeeld en met lieden die boven de ideologische verschillen zouden staan, zo die er al waren. Elke progressieve radicale uitdaging aan de hegemonie van de elite, zoals van Claro Recto en Lorenzo Tanada in de jaren vijftig, of nu door progressieve verkiezingslijsten als BAYAN MUNA, ANAKPAWIS, GABRIELA, KARAPATAN, MIGRANTE is altijd gestigmatiseerd als ‘communistisch’ of ‘terrorisitisch’. Net als in vele afhankelijke landen in de ‘derde wereld’ gekenmerkt door schandalige klassentegenstellingen, onderscheidt de electorale democratie in de Filippijnen zich door grootschalige omkoping van kiezers, corruptie van de functionarissen en systematische geweldpleging — deze keer met betrokkenheid van de strijdkrachten van de Filippijnen (AFP) en de nationale politie in de campagne van de zittende regering. De kwestie van legitimiteit en verantwoordelijkheid wordt dus opgelost met de oude formule van ‘geweren, knokploegen en goud’. Fraude als Spektakel en BewijsIn een recent commentaar concludeert het Center for People Empowerment in Governance, een denktank aan de Universiteit van de Filippijnen, dat “fraude een endemische ziekte is, geïnstitutionaliseerd door een politiek systeem—de overheid, de uitvoerende en wetgevende machten en politieke partijen—dat gedomineerd wordt door politieke dynastieën (Issue Analysis, No. 7, mei 2007). Een week geleden onthulde een groep van gepensioneerde leger- en politie-officieren een dubieus plan van Generaal Hermogenes Esperon, legerchef en adviseur van Arroyo, om 14 miljoen stemmen in 4 regio’s en 12 provincies te kapen om de overwinning van de club van Arroyo veilig te stellen. Het is wel aardig hier een onderzoek van een Maatschappelijk Weerstation naar de houding van burgers ten aanzien van de komende verkiezingen weer te geven. Daarin stond dat 40% van de Filippino’s denkt dat de regering bedrog zal plegen en 69% gaat ervan uit dat de stemmen door het Arroyo regiem gestolen zullen worden door ‘vliegende kiezers’, intimidatie en andere middelen zoals gebruikt bij de verkiezingen van 2004 toen de functionarissen van de verkiezingscommissie van de staat (COMELEC) het tellen van de stemmen ten gunste van Arroyo manipuleerde. Arroyo heeft ongewild toegegeven dat zij frauduleus haar ambt uitoefent in het overal gepubliceerde telefoongesprek “Hello Garci”. In de koude oorlog werden de Filippijnen aangeprezen als het showmodel van democratie à la de VS in Azië. Verkozen politicie volgden nauwgezet Washington’s partijlijn van de ‘vrije wereld’. Met hulp van de CIA en de door de VS geleide en getrainde AFP (Filippijnse strijdkrachten), een surrogaat leger van het financierskapitaal van de VS, sloeg de president-marionet Ramon Magsaysay in de jaren '50, de door de communisten geleide HUK opstand neer. En vandaag roept George W. Bush de Filippijnen uit tot tweede front in zijn ‘Global War on Terror’. Het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft het 38 jaar bestaande Nieuwe Volksleger (NPA), geleid door de Communistische Partij van de Filippijnen (CPP), samen met de door de CIA opgerichte en door het AFP vertroetelde bandietengroep Abu Sayyaf, bestempeld als een ‘terroristische’ organisatie. Terwijl het land in de jaren vijftig opkrabbelde uit de enorme verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog, ligt nu zijn economie in duigen: 80% van de 87 miljoen Filippino’s moet rondkomen van minder dan 2 dollar per dag, dat is ver onder de armoedegrens, terwijl 46 miljoen Filippino’s dagelijks niet genoeg te eten hebben (IBON Media Release, 4 april 2007). Plaag van de NatieNet als haar voorgangers heeft Arroyo het welzijn van de bevolking van de Filippijnen prijsgegeven door uitvoering te geven aan de neoliberale globalisering (privatisering, deregulering) opgelegd door de Wereldbank, het Internationaal Monetaire Fonds en de Wereldhandelsorganisatie. Het resultaat is een humanitaire ramp. De Filippijnse econoom Alejandro Lichauco documenteerde de ongehoorde massale honger door heel het land in zijn boek Honger, Corruptie en Verraad (Manilla 2005). Elke dag verlaten drieduizend Filippino’s het land om zich te voegen bij de 10 miljoen Filippino’s die in honderden landen over heel de wereld werken en 12 miljard dollar naar huis sturen om de economie drijvend te houden — daarmee onomstotelijk bewijzend dat de Filippijnen van een relatieve welvaart in de jaren vijftig zijn vervallen tot de zieke man van Azië in dit nieuwe millennium van globaal kapitalisme. De elite klampt zich ondertussen wanhopig vast aan de macht door comsumentistische propaganda en geweld. De massaslachting in de ‘killing fields’ van de Filippijnen is dermate meedogenloos, dat daardoor een aantal wetgevers in de VS zijn wakker geschud, waaronder Senator Barbara Boxer en kort geleden nog het Congreslid Ellen Tauscher (Inquirer.net, April 26, 2007), die er bij Arroyo op aandrongen te voorkomen dat er nog linkse politieke activisten zouden worden vermoord, door “hen die verantwoordelijk zijn voor de misdaden te vervolgen”. Het Comité voor Buitenlandse Betrekkingen van de Amerikaanse Senaat doet onderzoek naar de samenhang tussen de buitenlandse hulp van de VS met het brute contra-insurgentie programma dat zulke ongehoorde en massale verschrikkingen veroorzaakt. Maart jongstleden presenteerde de speciale rapporteur van de VN, Philip Alston, die op het eind van zijn bezoek in februari 2007, het contra-insurgentieplan van de regering een aansporing of facilicitering van de moorden noemde, aan de Raad voor de Mensenrechten van de VN een kopie van een geheime ‘Order of Battle’ van het AFP waarin soldaten geconverteerd worden tot combatanten in een ‘politieke oorlog’ tegen burgers. Arroyo en het leger verkeren niet alleen in een ‘ontkenningsfase’. Zij waren en zijn diep betrokken in de zwartmaking van iedereen die kritiek durft te uiten tegen het Arroyo regiem en zij zijn medeplichtig aan de onwettige executies van hen die zij bestempelen als ‘vijanden van de staat’. De kieslijstgroep BAYAN MUNA en daarmee verbonden organisaties als BAYAN zijn, bijvoorbeeld, aangewezen als ‘communistische fronten’ door het Overkoepelend Comité van Binnenlandse Veiligheid van het Kabinet van Arroyo. Tot nu toe zijn 130 leden van BAYAN MUNA en 356 activisten van verschillende civiele organisaties omgekomen bij extrajudiciële executies, ontvoeringen, willekeurige arrestaties, achtervolging en marteling door staatsterroristische agenten en paramilitaire doodseskaders. De ‘Killing Fields’ in kaartDr Carol P. Araulo, de voorzitter van BAYAN, noemt het plan van extrajudiciële moorden, ontvoeringen en marteling een nauwelijks verhulde ‘staatspolitiek’ (zie ‘Streetwise’, Business World 9-10, 16-17 March 2007). Afgelopen april sloot Mensenrechten Nu, een Japanse mensenrechtenorganisatie, haar onderzoeksmissie af met een oproep aan Arroyo “onmiddellijk te stoppen met de politiek van het brandmerken van civiele organisaties en individuele activisten” en de verplichtingen te respecteren die voortvloeien uit het Internationaal Verdrag over de Politieke en Burgerrechten wat de regering heeft geratificeerd. Zij zullen lobbyen bij de Japanse regering om alle leningen te stoppen “totdat vaststaat dat de mensenrechtensituatie en de openheid duidelijk zijn verbeterd” (persverklaring 21 april 2007). Dit werd nog versterkt door de verklaring van de presticieuze Interparlementaire Unie waarin het gevangenhouden van de volksvertegenwoordiger Crispin Beltram en de vervolging van de ‘Batasan 6’ kieslijst-vertegenwoordigers werd veroordeeld. Daarvoor, op 25 maart had het Permanent Volkerentribunaal het “schuldig” uitgesproken over Arroyo en Bush wegens “misdaden tegen de menselijkheid”. Op grond van substantiële bewijzen, getuigenissen, etc. “moet de Filippijnse regering verantwoordelijk gesteld worden voor de moorden, martelingen en verdwijningen die verder op geen enkele wijze te rechtvaardigen zijn als noodzakelijke maatregelen tegen terrorisme”. Niet alleen zijn de strijdkrachten “bij de meeste gevallen van mensenrechtenschendingen betrokken”, maar functioneren zij ook als een centrale component en hoofdinstrument van de gezamenlijke ‘war on terror’-politiek van de regeringen der Filippijnen en van de VS. De Filippijnse senator Jamby Madrigal, die getuigenis aflegde voor het Volkerentribunaal tegen de ecologische verwoestingen veroorzaakt door het partnerschap Bush / Arroyo, vindt dat de de facto ‘krijgswet’ van Arroyo de Filippijnen reeds in een werkelijk ‘killing field’ heeft veranderd. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|


